Senang producties

Creatieve communicatie – Patrick Wouters

Intro
Journalist Herman Keppy en ik presenteerden De Grote Surabaya Show tijdens de 55e Tong Tong Fair (2013) en De platenkoffer van mijn vader tijdens de 58e editie in 2016. In aanloop naar beide programma’s schreven wij (elkaar) over een keur aan onderwerpen. Dat alles is op de Facebookpagina van De Surabaya boys nog te zien en te lezen. De Surabaya Boys schrijven (elkaar) nog steeds. Wij zijn nog lang niet aangeschreven.

Herman Keppy, Patrick Wouters, Jan Vennik en René ‘Baas’ Vreede. Op de achtergrond onze ouders. Foto: Wouter Cosaert

De platenkoffer van mijn vader: Amerikaanse invloed op de Indocultuur (introductie afkomstig van de Tong Tong Fair)
Via de platenverzameling van hun vaders duiden Patrick Wouters en Herman Keppy – de Surabaya Boys – de grote invloed van de VS op Nederlands-Indië en Indisch Nederland. Ze laten muziek horen, tonen filmpjes en foto’s, vertellen anekdotes en natuurlijk ontbreekt de publiekskwis niet.
Keppy opent de swingkoffer met elpees van Glenn Miller, Frank Sinatra, Peggy Lee, Nat King Cole en anderen.
Herman: ‘Smoke Gets In Your Eyes van Earl Bostic kocht hij in 1951, het eerste jaar in Nederland. Hollanders kennen dat rauwe saxofoongeluid nauwelijks, dat enorm gewild was op de Indische en Ambonese feestjes van toen. Mijn vader leende zijn plaat uit, en zag ‘m nooit meer terug. Jaren later vertelde hij me hoezeer hij het verlies van die 78-toeren single betreurde.’

Wouters stoft zijn pa’s countryplaten af; van Jim Reeves, Merle Haggard, Charley Pride en Buck Owens tot een hoop andere cowboys. Patrick: ‘Ik snap goed dat mijn ouders hun geboorteland helemaal niet wilden verlaten als ik de foto’s bekijk van huisfuiven uit het Surabaya van de jaren vijftig. Het eerste wat mijn vader deed na aankomst in Nederland, was een portable platenspeler kopen op afbetaling. Zo bracht hij, winter 1958, warmte en gezelligheid in het contractpension aan de Haagse Willemstraat’.

Twee speciale gasten zorgen voor muzikale ondersteuning: gitarist René ‘Baas’ Vreede, in Indische kringen vooral bekend als leider van de voormalige Hondo Rockers. En topsaxofonist Jan Vennik die heeft gespeeld met de legendarische Haagse band The Motions en tal van andere artiesten.

Op mijn website licht ik enkele highlights uit onze correspondentie uit.

Indische huisfuiven in Surabaya
Ik krijg langzamerhand antwoorden op allerlei vragen die ik had naar aanleiding van huisfuiffoto’s van mijn ouders in the Fifties. Mijn moeder wist me te vertellen dat Guitar Boogie van Arthur Smith dé jiveplaat was, die ze werkelijk stukdraaiden. Er ging geen fuif voorbij waar niet op deze plaat werd gedanst. Een vriendin van mijn moeder somde nog een hele reeks artiesten op die voor vele mooie dansmomenten zorgden: Pat Boone, Patti Page, Les Paul and Mary Ford, Dean Martin, Frankie Laine en Bill Haley. Allen Amerikaans.

Omschakelen
November 1958 vierde mijn vader zijn 26e verjaardag in pension Krüger, gevestigd in de Haagse Willemstraat. Hij was nog geen twee maanden in Nederland en had een turbulente tijd achter de rug. Het was winter, koud en guur. Muziek deed hem dat alles vergeten.
Van zijn zuurverdiende geld kocht mijn vader een DUAL portable platenspeler die hij overal mee naartoe sleepte. Ook naar zijn verloofde, mijn moeder, die in Eindhoven woonde. Lang heeft hij niet kunnen genieten van zijn platenspeler. Den Haag kende in die tijd een andere netspanning (127 volt) dan Eindhoven (220 volt). Trots liet mijn vader mijn moeder zijn portabel platenspeler zien. Van een omschakelaar, laat staan een hoger voltage in een andere stad, had hij niet gehoord. Ter plekke blies hij zijn pick up op.

Foto’s: de foto van mijn vader met vlinderdas is gemaakt in het befaamde restaurant Hellendoorn aan de Pasar Besar in Soerabaja. Naast hem mijn moeder. De foto linksonder van mijn dansende ouders is gemaakt tijdens zo’n vermaarde huisfuif in Soerabaja. De foto rechtsonder: mijn vader op zijn verjaardag met zijn DUAL platenspeler. Ik kwam eenzelfde exemplaar onlangs tegen in het Rotterdams Radio Museum. Het bracht mij meteen terug naar de tekst en foto’s bij dit artikel.

A beautiful friendship

Patrick Wouters - Senang producties

John & Paul 1968 - Linda McCartney

John and Paul captured at EMI Studios by Linda Eastman (1968). © Linda McCartney Estate

Eind jaren zeventig probeerden twee vrienden uit Liverpool hun vriendschap weer op te bouwen. Af en toe, als de gelegenheid daar was, ontmoetten ze elkaar: pratend, lachend, huilend en ruziemakend. Of de een liet de ander niet binnen. Wat er ook voorviel, uiteindelijk eindigden ze altijd als oude maatjes.

John Lennon stond in de deuropening van zijn appartement in The Dakota in New York City en sloeg zijn arm om Paul McCartneys schouder:
‘”Won’t you think about me every now and then, my old friend?”
Paul zou John nooit meer levend zien.

Jaren later verraste Carl Perkins Paul met een cadeau: het nummer My Old Friend. Naar verluidt emotioneerde dit lied Paul enorm: de sterke tekst bevatte dezelfde laatste woorden van John aan Paul. Hierover heeft Paul niet eerder kunnen/willen spreken:
“If we never meet again this side of life, in a little while, over yonder, where there’s peace and quiet, my old friend, won’t you think about me every now and then?”

  • Kijk en luister op YouTube naar Carl Perkins en Paul McCartney met My old friend.
  • Over de bijzondere vriendschap en laatste ontmoeting tussen John Lennon en Paul McCartney is een mooie film gemaakt (fictie): Two of us.
  • Over zijn vriendschap met John Lennon schreef McCartney het ontroerende Here today, dat hij nog steeds live speelt als tribute: https://youtu.be/VitKLVSja5I
  • In 2020 is het 40 jaar geleden dat John Lennon werd vermoord. Het is ook het jaar van zijn tachtigste geboortedag. Momenteel doe ik onderzoek voor een artikel over maandag 8 december 1980 met als werktitel: Walking on thin ice…

Goede geschiedschrijving is telkens weer opnieuw zoeken naar een verhouding tot het verleden. Naar de juiste mix. Inclusief de schaduwkanten. Zo objectief mogelijk. Zonder van te voren opgelegd moreel gelijk. Dat is een vak apart. Sommige historici vinden de manier waarop we nu naar de Nederlandse geschiedenis kijken te activistisch en te opportunistisch. Een voorbeeld hiervan is de discussie over de term Gouden Eeuw of over ons slavernijverleden en moeizaam dekolonisatieproces. Anderen vinden juist dat teveel nadruk ligt op de zonnige kanten. Getuige de reacties op de Canon van de Nederlandse geschiedenis.

Gelukkig bepaalt de overheid en het kabinet niet de inhoud van geschiedenis- en schoolboeken (maar helemaal daarachter verschuilen kan ook weer niet). Het kabinet gaf daarom opdracht de Canon van Nederland herijken. Waarbij nadrukkelijk gekeken wordt naar de schaduwkanten van de Nederlandse geschiedenis. Ook komt er aandacht voor de verhalen en perspectieven van verschillende groepen in de samenleving. Een goede ontwikkeling op weg naar een evenwichtige geschiedschrijving. Hopelijk in een vorm die jong en oud aanspreekt. Want van onze schoolboeken en onderwijs moet je het niet hebben…

4 mei 2020
De Nationale Dodenherdenking van 4 mei 2020 is een mooi voorbeeld van opnieuw zoeken naar een verhouding tot het verleden: “Sobibor begon in het Vondelpark met het bordje Verboden voor Joden.” De toespraak van de koning was raak: ieder woord kwam binnen. “Het minste wat we kunnen doen is: is niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is.” De leegte, stilte op de Dam: ik ben er nog vol van.
Aan de overkant, in de Nieuwe Kerk, sprak Arnon Grunberg de 4-meilezing uit. Ook zijn woorden kwamen als een mokerslag binnen: “En het is ook logisch dat als er gesproken wordt over bepaalde bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere tijd uit de twintigste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of laat op die manier ook weer over Joden gesproken kan worden. Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij. ‘Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort’, schreef Primo Levi in de jaren zestig aan zijn Duitse vertaler. Zijn indrukwekkende lezing vind je hier: Herdenken gaat uit van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is…

Hollandse meesters her-zien
Hollandse meesters her-zien is een must see tentoonstelling in de Hermitage amsterdam in Amsterdam (2019 – 2020).

Amsterdam in de 17e en 18e eeuw was niet alleen bevolkt met mensen die je op de schilderijen van de Hollandse meesters ziet (en sinds jaar en dag het beeld van de ‘Gouden Eeuw’ bepalen). De archieven alleen al zijn daar stille getuigen van. De tentoonstelling van Jörgen Tjon Afong laat zien dat een herijking van de Canon van Nederland dringend nodig is. Ik was geraakt door de verhalen en de fotografie. Maar meer nog verontwaardigd door het feit dat we de geschiedschrijving generaties lang voor lief namen. Veel musea die prat gaan op de Gouden Eeuw laten kansen liggen. Ook hierover zeg ik: hou je niet afzijdig. Laat alle aspecten zien en wees niet snel op de tenen getrapt. We kunnen wat dat betreft veel leren van musea in de Verenigde Staten van Amerika en die van het Verenigd Koninkrijk. De Hermitage heeft het goed begrepen (zonder ongemakkelijk te balanceren).

Voor mij is deze tentoonstelling (en vele andere initiatieven waaronder de Black Archives) een inspiratiebron om (in mijn geval) het Indische verhaal door te blijven geven. Als Nederlandse geschiedenis en als migratieverhaal. Daarvoor gebruik ik social media en mijn website als platform. Ik hoop dat we oog en oor hebben voor elkaars verhaal.

Verder lezen en kijken

Meer achtergrondinformatie vind je hier:

Oorspronkelijk geschreven op 2 december 2019. Geactualiseerd naar aanleiding van de Nationale Dodenherdenking van 4 mei 2020.

Blijf thuis!
Samen kunnen we dit aan

Sigmund 25 en 26 april 2020 - Peter de Wit

Sigmund 25 en 26 april 2020 – Peter de Wit

Ik voel me best wel ongemakkelijk als ik langs de waarschuwing rijd: onderweg voor onze boodschappen en die van mijn moeder. Ben ook buiten om mijn gedachten te verzetten en een down en verdrietig gevoel te onderdrukken dat zo nu en dan op popt.
Het is druk. Mensen houden weinig afstand. Het lijkt of niemand het iets kan schelen. Op de weg en op straat. Jammer voor hen dan. Ik neem mezelf in ieder geval serieus en hou afstand en loop met een grote boog om mensen heen.
In de supermarkt houd ik de winkelwagen achter mij in plaats van vóór. Het gezin dat me op de hielen zit moet nu wel 1,5 meter/2 meter aanhouden bij het afrekenen. You wanna save humanity, but it’s people that you just can’t stand, zong John Lennon al in de laatste zomer voor zijn dood: snap er niets van. Is Nederland opeens van de aanraakcultuur? Kluitjesvolk!

Zolang er geen vaccin is blijft deze vorm van lockdown voorlopig bestaan ben ik bang. Met elkaar zullen we de 1,5 meter samenleving moeten vormgegeven. Of we willen of niet. En wie niet wil horen, moet voelen: dan wordt de lockdown alleen maar erger. Ik bang voor opleving en terugval.

De hele mikmak aan festivals, concerten en noem maar op naar het najaar verschuiven heeft totaal geen zin. Horeca open? Voor sommige ondernemers is het mogelijk. Hun creativiteit maakt me blij (slimme voorbeelden uit Azië en USA pikken ze op).

Reizen?
No way! Ik zie mezelf dit jaar niet meer naar Indonesië gaan. Mijn vlucht naar Bali eind april is geannuleerd. Van kennissen uit Surabaya en Jakarta hoor ik hoe vreselijk het is qua aantal besmettingen en doden. Veel inwoners van Java lappen de maatregelen aan hun laars. Ramadan of niet.
Op Bali is de situatie totaal anders. Niet zo zorgelijk naar verluidt. Maar het hele plaatje voor Indonesië is niet compleet. Betrouwbare informatie is niet beschikbaar. De pandemie wordt ook als politiek middel gebruikt. Reken maar dat de werkelijke aantallen minimaal 30% hoger liggen appt een vriend me.
Afijn. Hoe graag ik ook wil: niet ingeënt op vakantie is onverantwoord en zinloos (en het vaccin laat logischerwijs op zich wachten). De zorg in Indonesië kan het niet aan. Dus zoek ik het ook niet op. Hoe graag ik daar ook enkele projecten had gesteund, want ook daar is de financiële situatie vreselijk. Waar niet momenteel 😦
Moet het hoogseizoen als verloren worden beschouwd?

Mijn Instagramaccount wordt momenteel gespamd met advertenties van mondkapjes en ander persoonlijke beschermingsmiddelen. Mijn bestelling is al een maand onderweg. Ik wil niet onbeschermd op pad  (voor mezelf en anderen) en zeker niet in het OV. Tenminste niet nu… de trams in Den Haag zitten schrikbarend vol en de mensen dicht op elkaar. Onbegrijpelijk.

In de lift van ons appartement mag telkens maar één stel of 1 persoon. Twee oudere bewoners willen serieus instappen tijdens een tussenstop. “Wil je niet met ons in de lift?”
“Nee!”, zeg ik resoluut. De man lacht. De deuren sluiten zich.
“Ik vind het zo overdreven”, hoor ik zijn vrouw nog net zeggen.

Ik voel me niet schuldig als Scott en ik in de avond een lange autorit maken door Den Haag. Toerend door mijn geboortestad langs lanen en mooie nieuwe en oude wijken. Genietend van de zon, fascinerende bouwstijlen en het besef dat we het goed hebben en mazzel.

Woensdag 8 april 2020 

Het gedrag van Nederlandse weggebruikers zegt alles over hoe we ons gedragen tijden de coronacrisis: geen afstand houden, bumperkleven, elkaar de ruimte niet geven. In de supermarkten is het niet anders. In het openbaar vervoer dito. Zelfs nu. Het besef dat het anders moet dringt langzaam tot de mensen door. De 1,5 metersamenleving (ik hou zelf ruim 2 meter aan) heeft zijn intrede gedaan. Ik schud mijn hoofd bij het zien van sommige lege vakken in de supermarkten. Probeer al weken desinfecterende handsoap te scoren. Uiteindelijk maar een 5 literfles besteld via een Haagse boekhandel(!) want de schappen in alle supermarkten in mijn stad bleven leeg. Toiletpapier hoef ik niet in grote voorraad te hebben. Indische mensen kennen sinds jaar en dag de botol cebok of de toiletdouche.

De crisis zorgt voor een herstart op vele vlakken. Mother Nature vaart er wel bij en komt op adem. En wij mensen stellen ons de vraag: dit kan zo niet meer. De manier waarop we met elkaar leven en omgaan. De manier waarop produceren (overproductie). De manier waarop we met dieren omgaan (ik ben zo goed als vegan). Het is weer tijd voor de economie van het genoeg. Tijd voor bezinning. En als we niet luisteren, zullen we moeten voelen: moeder natuur dwingt ons daartoe. Neemt niet weg dat de klap groot is. Want wat als je niet thuis kunt werken? Omdat de combinatie werk en privé uit de hand loopt? Dat mensen hun werk verliezen en de economie een optater krijgt. Ik klap mee voor iedereen die werkt in de vitale werkprocessen, in de zorg, in het onderwijs. Maar het geeft iets ongemakkelijks. Mensen die zonder persoonlijke beschermingsmiddelen moeten werken. Als dit voorbij is, hoop ik dat wat krom is, recht wordt gezet.

Vrijdag 17 april 2020 

My loved ones

Ik heb geen idee van de dagen meer. In mijn vrije tijd schrijf ik verder aan mijn boek. Ik ben gezegend met een fijne, lieve partner. Zou met geen ander in quarantaine willen zitten. Dankbaar dat we in een ruim en licht appartement wonen. Mijn kinderen mis ik enorm. Op mijn verjaardag kreeg ik onverwachts bezoek van ze. Dat ontroerde me enorm. Echt vreemd om in je huis dan afstand te moeten bewaren.

Toch zie ik voordelen van deze intelligente(!) (zeg maar gerust ontwrichtende) lockdown. Wie niet met zichzelf of anderen kan samenleven heeft het zwaar. We zijn sociale wezens. Dus sociale isolatie is niet natuurlijk, maar gelukkig kan ik goed lange tijd op mezelf zijn. De ouders met jonge kinderen benijd ik niet. Inspirerend hoe sommigen het oppakken. En dan de horeca. Sommige Haagse ondernemers hebben gelijk werk gemaakt van de nieuwe werkelijkheid. We steunen er twee door regelmatig wat bij ze af te halen.

Room with a view

Ik ben gefocust. Thuiswerken profiteert ervan. De contacten met collega’s zijn intensiever. Op afstand, maar dichterbij dan ooit. Die samenhorigheid is bijzonder. Ik vind mezelf productiever en efficiënter. Even geen last van onze vergader en e-mail gedreven werkcultuur, met zo weinig tijd voor reflectie en waar we voortdurend als de brandweer lijken uit te rukken. Of lijkt dat maar zo? Nog steeds wordt veel overlegd en vergaderingen achterelkaar gepland. Zonder de broodnodige tijd voor verwerking. Natuurlijk moeten sommige zaken met stoom en kokend water worden uitgevoerd. Maar voor het overige is dat echt niet nodig. Het is tijd voor vertraging. Drukverslaafd of niet: deze crisis is een harde reset. Nodig voor verandering en groei. Een pas op de plaats. Verander je mee? Groei je mee?

Cover Panorama 9 december 1967

Of Zwarte Piet racistisch is, heb ik hem nooit kunnen vragen. Wel legt de hele zwarte-piet-discussie in Nederland nare racistische tendensen en structuren bloot, die mij enorm raken. Je merkt offline en online dat nogal wat Nederlanders hun eigen geschiedenis niet kennen of willen kennen. Of het nu gaat om het slavernijverleden of het koloniale verleden: aanpassen en muilhouden lijkt ook anno 2019 het devies. Verpest een kinderfeest niet en blijf van onze tradities af.
Ik schrik ervan. Wat het met mensen doet. Wat er sinds jaar en dag gebeurt. Niet alleen op de voetbalvelden.
De discussie raakt mijzelf enorm. En niet alleen om (zoals wordt beweerd) dat ik een zwarte partner heb of een Indische achtergrond.

Blijf niet aan de kant staan
Begin jaren tachtig schreeuwden we moord en brand als Hans Janmaat van de Centrum Partij en Centrum Democraten fulmineerde over buitenlanders, vluchtelingen en migranten. Zijn gedachtengoed en taalgebruik is gewoonweg mainstream geworden. Zeker na Paars 2 en nine-eleven. In de Tweede Kamer kunnen haatzaaiers gewoon hun parlementaire gang gaan. Hetzelfde geldt voor Pegida, Blokkeerfriezen, Haagse en Brabantse hooligans om er een paar te noemen. En velen houden zich afzijdig. Zelfs ik. Zelfs ik hield soms mijn mond. Schikte in. Vond de woorden niet. Durfde niet. Nu doe ik dat niet meer. Afzijdigheid werkt juist polarisatie, intimidatie discriminatie en geweld in de hand. Blijf niet aan de kant staan. Veroordeel het geweld.

Het VN-Comité bij het Internationaal Verdrag tot uitbanning van rassendiscriminatie en in Nederland het College van de rechten van de mensen spraken zich allang uit over de discriminerende aspecten van Zwarte Piet. En ook het kabinet erkent dat negatieve stereotyperingen discriminatie in de hand werkt (lees Zwarte Piet vertolkt en verbeeld met dikke rode lippen, en gouden oorringen.
Het land van het wijzend vingertje, Nederland, verdraagt terechtwijzingen van anderen heel slecht. We vinden dat heel lastig.

In het Vonnis in kort geding van 14 november 2018 van de Rechtbank Noord-Holland over de zaak die de Stichting Majority Perspective aanspande tegen een reeks instellingen waaronder de Nederlandse Staat staat het al haarfijn: de ‘traditionele’ zwarte piet is niet langer houdbaar. Of je het leuk vindt of niet.

Een inclusief Sinterklaasfeest
Sinterklaas is Nederlands erfgoed. Zwarte Piet is Nederlands sterfgoed. In plaats van kinderen te beschermen tegen de grote leugen: kinderen op hun achtste (?) te vertellen dat hij niet bestaat, kunnen we ook zeggen: Sinterklaas heeft bestaan en omdat te vieren, is het Sinterklaasfeest ontstaan. Hoe moeilijk is het dan om op die manier een kinderfeest vorm te geven? Inclusief. Voor iedereen. Dan hoef je kinderen ook het verschil niet uit te leggen tussen de televisiesinterklaas en de Sinterklaas die de school of het winkelcentrum bezoekt. Of waarom tante Co zich verkleedt als roetveegpiet. Of leg je jouw kinderen liever uit waarom veel zwarte kinderen gebukt gaan onder het Sinterklaas-‘feest’?
Is het zo moeilijk om empathisch te luisteren naar de tegenstanders van zwarte piet?  Met ganstrekken en andere kwelspelen zijn we toch ook gestopt? Een kleine moeite met een groot resultaat.

%d bloggers liken dit: