Een Indisch graf in het land achter de horizon

 

263297_231538800223714_771343_nMijn opa van vaderskant heb ik nooit gekend. Uit een handvol foto’s blijkt de familiegelijkenis. Hij werkte bij Apotheek De Vriendschap in Soerabaja, waarvan zijn zwager directeur was. Met zijn gezin woonde hij begin jaren dertig linksboven de apotheek. De foto’s van vroeger laten niet zien, dat aan die gelukkige, onbezorgde dagen gauw een einde kwam.
Mijn opa werd begin december 1941 bij algemene mobilisatie voor de militaire dienst opgeroepen en ingedeeld als landstormsoldaat eerste klasse bij het Wapen der Infanterie IIe Landstorm Bataljon in Soerabaja. Na de capitulatie van Nederlands-Indië op 8 maart 1942, worden de soldaten tijdelijk gevangen gehouden op het jaarmarktterrein in Soerabaja. Het is daar dat mijn oma en hun kinderen zo nu en dan een glimp van hem kunnen opvangen. Meer ook niet. Na een korte internering in de Changi-gevangenis in Singapore, begint een vreselijk transport met de Kamakura Maru naar de scheepswerf Harima bij Osaka, waar ze in de winter van 1942 worden tewerkgesteld. Hij zal zijn gezin nooit meer terugzien. Mijn opa overlijdt in Japans krijgsgevangenschap op 43 jarige leeftijd in 1944.
Bijna een halve eeuw lang heeft mijn familie niet geweten wat hem was overkomen. Vlak voor mijn vakantie naar Indonesië in 1993 kwam ik per toeval in contact met de Oorlogsgravenstichting in Den Haag. Zij wisten mij te vertellen dat de laatste rustplaats van mijn opa zich bevindt op Ereveld Menteng Pulo in Jakarta. De Oorlogsgravenstichting heeft hierover mijn oma in 1962 een brief gestuurd. Deze brief is nooit door mijn (in 1981 overleden) oma ontvangen. Zou de brief zijn kwijtgeraakt in het contractpension waar zij indertijd woonde?
Dagboek: Jakarta, 25 september 1993
De Bluebird taxi brengt mij naar het Ereveld Menteng Pulo. Om het ereveld te bereiken, passeer je eerst de Islamitische en Christelijke begraafplaats. Tussen de graven wonen mensen en er zijn kraampjes gestald. Er wordt vreemd gekeken naar mij als de taxi over het kerkhofterrein rijdt. Dan duikt plots de witte toegangspoort en de kerktoren van Ereveld Menteng Pulo op. Ik kan een gevoel van opwinding niet onderdrukken.
De taxichauffeur belooft me na een uur op te halen zodat ik rustig de tijd heb de laatste rustplaats van mijn opa te bezoeken. De poort is gesloten, bezoekers moeten zich via het luiden van de bel melden. De bel galmt over het terrein. Geen reactie. Het blijft lang stil. Even denk ik voor niets te zijn gekomen. Het zweet breekt me aan alle kanten uit. Gelukkig komt na verloop van tijd een vriendelijke wachter de poort openen. Na de registratie loop ik direct naar het Columbarium. Ik hoef niet geleid te worden. Ik lijk de weg te kennen. Loop recht op mijn doel af, links en rechts van mij witte kruizen. Ik lees de naam onder de urn met de stoffelijke resten van mijn opa. De herkenning ontroert me. De urnengalerij laat een diepe indruk achter. Wat is het hier mooi. Een bijzondere plek in een hectische stad. Jakarta werkte al gauw op mijn zenuwen, maar deze oase van rust doet dat alles vergeten. Ik plaats een zijden roos en een foto van mijn opa bij de urn, film en maak foto’s voor thuis.
Als ik het ereveld verlaat, zie ik pas de skyline van Jakarta opdoemen. De taxichauffeur komt niet opdagen, maar dat geeft niets, ik heb gezien waarvoor ik gekomen ben.
Dagboek: Surabaya, 8 oktober 1993
Op Ereveld Kemban Kuning, blader ik door de registers van de Christelijke begraafplaats. Ik ben op zoek naar het graf van mijn overgrootmoeder van vaders kant. De vriendelijke medewerkers van de begraafplaats zijn zeer behulpzaam. Binnen een mum van tijd vinden we haar kaart. Het graf van mijn overgrootmoeder is gauw gevonden. Het ziet er goed onderhouden uit. Iemand moet de zorg van dit graf op zich hebben genomen. Bij het graf worden we omringd door nieuwsgierige mensen. Een jongen volgt mij met belangstelling. Als ik foto’s heb gemaakt en aanstalten maak om weg te gaan, komt hij aangerend.
“Please, mister, you wait.” Er is op de begraafplaats een familielid dat mij wil ontmoeten. Welk familielid dan? In de verte komt een oud vrouw aangelopen. Zij blijkt de weduwe te zijn van een jonger broertje van mijn oma die vandaag op de verjaardag van haar overleden man een bezoek aan zijn graf heeft gebracht. Als ik haar vertel wie ik ben omhelzen we elkaar. Voor ons beiden is deze ontmoeting een lot uit de loterij.
Eerder verschenen in diverse publicaties.  Opnieuw geplaatst wegens de herdenking van de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945,

 

Advertenties

Ik weet niet beter

Nieuw: column over mijn Indische achtergrond, die ik onlangs schreef voor het Door blauwe ogen blog van schrijfster/blogger Sabina de Rozario.

Door Blauwe Ogen

,,En jou schop ik terug naar Indië!”, beet de buurvrouw van één hoog mij ongemeen fel toe. Klaar met iedereen die bij haar belletje trok en witte aalbessen tegen het slaapkamerraam blies. Ziedend stoof zij naar beneden. En ik stond erbij en keek ernaar, terwijl de boosdoeners zich uit de voeten maakten.

Zal ik acht jaar geweest zijn dat ik mij voor het eerste bewust was van mijn Indische afkomst, die zomerdag in de Seventies? Of was het iets vanzelfsprekends? Buurtkinderen riepen zolang ik mij kan heugen: ,,Pinda, Pinda, Poepchinees”. Ik heb werkelijk geen idee meer.

Een zeer jonge Patrick Een zeer jonge Patrick

Waar ik opgroeide waren we omringd door Indische families. Dat voelde heel vertrouwd. Ook al was iedereen erg op zichzelf. Ik wist niet beter. En toen ik in de zesde klas lagere school (groep 8) iets over mijn afkomst moest vertellen, gaf ik bloedserieus aan tot ‘het bruine ras’ te…

View original post 383 woorden meer

Indische tantes

Yvonnen Keuls en de onthulling van de Indisch tantes.Ter gelegenheid van de onthulling van de Indische tantes op 5 oktober 2013, mijn blog uit mei 2004.

Yvonne Keuls heeft ze vereeuwigd in Indische tantes. Met haar onvergetelijke verhalen heeft zij vastgelegd wat bijna verdwenen is: de eerste generatie Indische Nederlanders die geruisloos is opgegaan in de Nederlandse samenleving. Ik kom ze nog wel eens tegen, die Indische tantes. Met name in de Haagse trams. Ik herken ze meteen. Ik hoef ze niet te zien. Ik hoor ze:

“Dat weer hier: om gek van te worden. Dan weer fris, dan weer warm. En als warm: pliket (plakkerig). Bosèn. In Malang was het goed. Warm, maar koel.”
De camera’s in lijn 2 registreren twee (voor deze tijd van het jaar) veel te dik aangeklede Indische dames. Oud, breekbaar en onafgebroken aan de praat.
“Je weet ik heb 8 kleinkinderen en 3 achterkleinkinderen. Belt mijn kleindochter op. Je kèn wel, die van Maureen. Oma, Jeffrey heeft een VMBO-advies gekregen. Ik sèg, ken niet. Jeffrey is een VWO kind. Hoe toch deze? Ik er naar toe. Gisteravond. Met Jeffrey gepraat. Op zijn kamer. Jagallag. TV aan. Computer aan. Muziek hard. Mobiele telefoon. Als wijlen mijn man nog leefde …Dat seg ik hem. Als mijn man nog leefde zou hij dit verbieden. Ken niet. Ajo, zo kan je niet leren. Je bent een VWO-kind, hoor je me. Wat doe je ons aan? Hij sèg: omi, omi, het is mijn leven ja. En hij is pas dertien. Soedah, hij is onvoordelig geboren, daarom nu pas naar de brugklas…
Wat neem jij? … hun Tahoe Telor is goed. Beter dan bij Dewi.” Ik hoef niet te raden waarin het onderwerp is veranderd: Indische mensen praten (nog) altijd over eten en lijn 2 stopt bij winkelcentrum Leidsenhage. Toko Menuet is vandaag het eindstation.

Den Haag, 29 mei 2004

SOEMBAWASTRAAT – JALAN SUMBAWA

SoembawastraatBeste Herman,

Ik ben nog lang niet klaar met Surabaya.
Ken je de Gubengwijk in Surabaya?
De Goebengwijk bestaat nog steeds. In de bersiaptijd werden hier opvangkampen voor vrouwen en kinderen gesitueerd.
Na deze chaotische tijd vond mijn oma met haar tweede echtgenoot een woning aan de Soemabawastraat. Het huis staat er nog steeds. Het huisnummer is gewijzigd en langs alle kanten van het huis zijn ruimtes bijgebouwd. Ook de tuin is bij het huis getrokken.

De huidige bewoner vond het helemaal niets dat ik foto’s van mijn oma’s huis maakte. Toen hij deze foto zag beweerde hij bij hoog en bij laag dat dit toch echt niet zijn huis was. Dus wat voor nut had foto’s maken? Ik wist wel beter en ik fotografeerde zo goed en zo kwaad als het kon het huis waar mijn oma nieuw geluk vond. Maar waar zij en haar gezin uiteindelijk ook werd uitgezet. Jaren ná de revolutietijd.

Het zou nog tot 1961 duren eer mijn oma en haar gezin naar Nederland mocht komen. Tegen haar wil was het gezin een spijtoptantendossier geworden. De werkelijkheid lag genuanceerder. Mijn vader die al in 1958 naar Nederland kwam, mobiliseerde de publieke opinie. De Telegraaf schonk aandacht aan hun dossier. En mede daardoor en druk vanuit de Tweede Kamer kon zijn familie veilig naar Nederland worden overgebracht.

Welke nationaliteit je ook bezat, als Indo of Nederlander werd je eind jaren vijftig het leven knap zuur gemaakt in Indonesië.
Nu word je als nazaat met open armen opvangen door behulpzame mensen die je graag helpen bij het zoeken naar sporen uit het verleden. Behalve deze nukkige man die me van alles toeroept als ik de straat van mijn oma uitloop.

Groet, Patrick

https://www.facebook.com/DeGroteSurabayaShow

Eppo Doeve expositie in het Persmuseum

Eppo_Doeve_1964_web6-6-1964: The Beatles (met drummer Jimmie Nicol; Ringo Starr was ziek) in Blokker (West-Friesland). Linksboven tekenaar Eppo Doeve (Bandoeng, 1907 – Amsterdam, 1981).
“Elseviertekenaar Eppo Doeve beeldde zo het gebeuren in Blokker af”.
Foto en illustratie uit mijn privéverzameling.

Lees verder op: http://www.eppodoeve.nl/
“Eppo Doeve was een van de bekendste en meest geliefde Nederlandse tekenaars. Zijn bekendheid had hij te danken aan de door hem ontworpen bankbiljetten, zijn optredens op televisie en het werk voor de Avrobode en Elseviers Weekblad. Hij beheerste elke vorm van grafische kunst, zonder een formele opleiding te hebben gehad. Reclames, toneeldecors, boekillustraties, schilderijen; Doeve maakte het allemaal. ‘Hij kon alles wat hij wilde, en wilde alles wat hij kon,’ zei Alexander Pola over zijn collega. Gezien Doeves reusachtige oeuvre lijkt daar geen woord van gelogen.”
(Fragment uit zijn biografie op de website).

CRISIS IN HET PERSMUSEUM
Een tentoonstelling van spotprenten over de Nederlandse economie van duivelskunstenaar Eppo Doeve. De prenten geven een historische kijk op actuele discussies over de hypotheekrenteaftrek, btw-verhoging en werkloosheid.
Crisis in het Persmuseum is te zien van 28 maart t/m 1 september 2013 in het Persmuseum in Amsterdam.