Categorie archief: Indisch

Lost and found

Dirk Emile Van Gaasbeek

Dirk Emile van Gaasbeek, het jongere broertje van mijn oma, raakte tijdens de Tweede Wereldoorlog als KNIL-soldaat op 21-jarige leeftijd vermist op Sumatra.

Bij ieder bezoek aan mijn oma in Amerika trok deze foto in de slaapkamer van mijn grootouders mijn aandacht.
Door een toevallige samenloop van omstandigheden stuitte ik op zijn laatste rustplaats: het Nederlands ereveld Leuwigajah te Cimahi (Java). Niemand van zijn nabestaanden heeft dit bij mijn weten ooit geweten. Door de schrijffout (de toevoeging ‘van’ ontbreekt) dook hij niet eerder op in mijn zoektocht. Ook vond ik hem (nog) niet in de militaire stamboeken omdat de aanleiding ontbrak: Emile was immers vermist…

Met mijn oma kan ik dit nieuws helaas niet meer delen. Zijn overleed in 2017 in Californië.
Ik ben blij dat ik voor haar broertje dit virtuele monumentje mag oprichten.

Dirk Emile Van Gaasbeek Geboren op 7 november 1922 te Ambarawa (Java)
Overleden op 7 oktober 1944 te Kuala Simpang (Sumatra)

Zijn ouders waren: Dirk Hendrik Jacobus Van Gaasbeek. Geboren 23 januari 1880 te Bengkalis (Sumatra). Overleden 26 december 1926 te Soerabaja.
Johanna Maria Carolina Simao. Geboren 19 april 1887 te Koedoes. Overleden 3 juli 1935 te Soerabaja
(Waarschijnlijk is zijn moeder rond 1880/1881 geboren en in 1887 erkent. Johanna Simao heeft Portugees bloed, maar er is ook een lijntje met de Molukken).

Foto
Weemoed is een foto van voor twintig jaar.
Familie, nog samen, nog gezond.
Is toen. Met een lijst van nu errond.
Het nu houdt het verleden bij elkaar.

Gedichtfragment van Herman de Coninck
uit: Met een klank van hobo (1981)

De ouders van Dirk Emile (mijn overgrootouders langs moederskant). Inzet 1: zijn drie oudere zusjes; de middelste is mijn oma. Inzet 2: Kaliemag, Tjang Koedoes, de moeder van Johanna Van Gaasbeek – Simao. Tjang Koedoes is hun oma (mijn betovergrootmoeder).

Inmiddels heeft de Oorlogsgravenstichting de naam op het kruis aangepast naar aanleiding van mijn posts op social media.

De platenkoffer van mijn vader

Intro
Journalist Herman Keppy en ik presenteerden De Grote Surabaya Show tijdens de 55e Tong Tong Fair (2013) en De platenkoffer van mijn vader tijdens de 58e editie in 2016. In aanloop naar beide programma’s schreven wij (elkaar) over een keur aan onderwerpen. Dat alles is op de Facebookpagina van De Surabaya boys nog te zien en te lezen. De Surabaya Boys schrijven (elkaar) nog steeds. Wij zijn nog lang niet aangeschreven.

Herman Keppy, Patrick Wouters, Jan Vennik en René ‘Baas’ Vreede. Op de achtergrond onze ouders. Foto: Wouter Cosaert

De platenkoffer van mijn vader: Amerikaanse invloed op de Indocultuur (introductie afkomstig van de Tong Tong Fair)
Via de platenverzameling van hun vaders duiden Patrick Wouters en Herman Keppy – de Surabaya Boys – de grote invloed van de VS op Nederlands-Indië en Indisch Nederland. Ze laten muziek horen, tonen filmpjes en foto’s, vertellen anekdotes en natuurlijk ontbreekt de publiekskwis niet.
Keppy opent de swingkoffer met elpees van Glenn Miller, Frank Sinatra, Peggy Lee, Nat King Cole en anderen.
Herman: ‘Smoke Gets In Your Eyes van Earl Bostic kocht hij in 1951, het eerste jaar in Nederland. Hollanders kennen dat rauwe saxofoongeluid nauwelijks, dat enorm gewild was op de Indische en Ambonese feestjes van toen. Mijn vader leende zijn plaat uit, en zag ‘m nooit meer terug. Jaren later vertelde hij me hoezeer hij het verlies van die 78-toeren single betreurde.’

Wouters stoft zijn pa’s countryplaten af; van Jim Reeves, Merle Haggard, Charley Pride en Buck Owens tot een hoop andere cowboys. Patrick: ‘Ik snap goed dat mijn ouders hun geboorteland helemaal niet wilden verlaten als ik de foto’s bekijk van huisfuiven uit het Surabaya van de jaren vijftig. Het eerste wat mijn vader deed na aankomst in Nederland, was een portable platenspeler kopen op afbetaling. Zo bracht hij, winter 1958, warmte en gezelligheid in het contractpension aan de Haagse Willemstraat’.

Twee speciale gasten zorgen voor muzikale ondersteuning: gitarist René ‘Baas’ Vreede, in Indische kringen vooral bekend als leider van de voormalige Hondo Rockers. En topsaxofonist Jan Vennik die heeft gespeeld met de legendarische Haagse band The Motions en tal van andere artiesten.

Op mijn website licht ik enkele highlights uit onze correspondentie uit.

Indische huisfuiven in Surabaya
Ik krijg langzamerhand antwoorden op allerlei vragen die ik had naar aanleiding van huisfuiffoto’s van mijn ouders in the Fifties. Mijn moeder wist me te vertellen dat Guitar Boogie van Arthur Smith dé jiveplaat was, die ze werkelijk stukdraaiden. Er ging geen fuif voorbij waar niet op deze plaat werd gedanst. Een vriendin van mijn moeder somde nog een hele reeks artiesten op die voor vele mooie dansmomenten zorgden: Pat Boone, Patti Page, Les Paul and Mary Ford, Dean Martin, Frankie Laine en Bill Haley. Allen Amerikaans.

Omschakelen
November 1958 vierde mijn vader zijn 26e verjaardag in pension Krüger, gevestigd in de Haagse Willemstraat. Hij was nog geen twee maanden in Nederland en had een turbulente tijd achter de rug. Het was winter, koud en guur. Muziek deed hem dat alles vergeten.
Van zijn zuurverdiende geld kocht mijn vader een DUAL portable platenspeler die hij overal mee naartoe sleepte. Ook naar zijn verloofde, mijn moeder, die in Eindhoven woonde. Lang heeft hij niet kunnen genieten van zijn platenspeler. Den Haag kende in die tijd een andere netspanning (127 volt) dan Eindhoven (220 volt). Trots liet mijn vader mijn moeder zijn portabel platenspeler zien. Van een omschakelaar, laat staan een hoger voltage in een andere stad, had hij niet gehoord. Ter plekke blies hij zijn pick up op.

Foto’s: de foto van mijn vader met vlinderdas is gemaakt in het befaamde restaurant Hellendoorn aan de Pasar Besar in Soerabaja. Naast hem mijn moeder. De foto linksonder van mijn dansende ouders is gemaakt tijdens zo’n vermaarde huisfuif in Soerabaja. De foto rechtsonder: mijn vader op zijn verjaardag met zijn DUAL platenspeler. Ik kwam eenzelfde exemplaar onlangs tegen in het Rotterdams Radio Museum. Het bracht mij meteen terug naar de tekst en foto’s bij dit artikel.

Migratie: het gezin Wouters-Pernet

In het Cultuurpaviljoen van de 59e Tong Tong Fair was van 25 mei tot en met 5 juni 2017, de tentoonstelling Naar Holland te zien. Een tentoonstelling over de komst van honderdduizenden Indische Nederlanders. Spreken we van repatriëring, migratie, of vlucht? Waarom kozen zij niet voor het nieuwe Indonesië? Patrick Wouters bracht onderstaande foto’s en tekst in. Het Indische verhaal van zijn ouders, Schelte Wouters en Marijke Wouters-Pernet.

Marijke Pernet, vertrok in 1958 met haar moeder en beide zusters naar Nederland. Zij moesten weg uit Surabaya: ‘Indo’s werden niet meer getolereerd en zelfs ernstig gediscrimineerd. Onze baboe deed de boodschappen; wijzelf werden niet meer geholpen in de winkels. Patricks ouders, die zich altijd Nederlander hebben gevoeld, hadden overigens altijd al het plan om naar Nederland te gaan.’ Vader Pernet bleef op verzoek van zijn werkgever nog twee jaar in Indonesië, om kennis over te brengen op zijn opvolgers. Hij voegde zich in 1960 (twee jaar later) bij zijn gezin, dat bij aankomst in Eindhoven was gehuisvest in een zogenaamde nissenhut, bouwvallige noodopvang met golfplaten daken, na de Tweede Wereldoorlog gebruikt door Amerikaanse militairen. Later kregen zij een behoorlijk huis.

De eerste sneeuw. Mijn vader kwam in 1958 vanuit Indonesië terecht in een contractpension in Noordwijkerhout.

Marijkes aanstaande, Schelte Wouters (1932-2013), vertrok in 1958 met de SS Waterman, omdat hij bij zijn verloofde wilde zijn, maar ook omdat het (politieke) klimaat voor Indo’s en (Indische) Nederlanders in Indonesië ronduit slecht was; blijven was geen optie meer. Hij kwam terecht in contractpensions; eerst in Noordwijkerhout en vervolgens in Den Haag. Hij was er met vrienden: voor hem was het een groot avontuur en hij kreeg goede kansen op werk. Marijkes ouders besloten in 1962 naar de VS te emigreren, en bouwden daar een geweldig bestaan op. Zij hadden genoeg van Nederland waren en verbolgen over het feit dat alle steun voor de overtocht, kleding en woninginrichting terugbetaald moest worden.

Marijke en Schelte bleven: hun zoon Patrick was net geboren, Schelte kreeg een baan bij Philips in Den Haag. Zij kozen voor zekerheid, niet voor avontuur. Bij geen van allen heeft angst ooit een rol gespeeld in hun overwegingen. Maar terug naar Indonesië wilden zij niet, zelfs niet voor vakantie.

De sfeer onder de Indo’s was heel goed, aldus de familie Wouters; er heerste een mentaliteit van aanpakken, men steunde elkaar onderling en er werd gefuifd. Deze foto is gemaakt op de twintigste verjaardag van Marijke Pernet (Patricks moeder), 15 augustus 1959. Zij (met sigaret) staat in het midden op de foto, met haar verloofde, Schelte Wouters. Op de achtergrond zijn de nissenhutten zichtbaar.

Spijtoptanten: Nederlandse politici zagen aanvankelijk geen plek voor spijtoptanten in Nederland. Druk vanuit de publieke opinie bracht daar verandering in. Schelte Wouters probeerde in 1960 met hulp van De Telegraaf de politiek te overtuigen om zijn moeder, stiefvader, broer en zussen in Nederland te accepteren; zij hadden een zware tijd in Surabaya. In 1961 kon zijn moeder met haar tweede man naar Nederland komen.

Schelte Wouters had het enorm naar zijn zin bij Pension Krüger in Den Haag. Hij (rechtsachter) is hier gefotografeerd op zijn zesentwintigste verjaardag, 20 november 1958.

Meer informatie over de tentoonstelling en de follow up vind je op de website van de Tong Tong Fair. Met dank aan Esther Wils (eindredactie).

In het kader van het onderwerp Diversiteit en Inclusie publiceer ik op LinkedIn, Facebook en WordPress  nieuwe en eerder gepubliceerde artikelen over het Indische verhaal.

De laatste les

Jaren geleden eindigde mijn wiskundeleraar halverwege de laatste les voor de zomervakantie met een indringend “Tjotské, geef acht!”, gevolgd door “Kerei, buigen!”. Het was de inleiding tot een indringend persoonlijk verhaal over zijn kamptijd.
Zo hadden wij hem nog niet meegemaakt. Bewogen deed hij zijn verhaal en wij hingen aan zijn lippen. Deze oorlogsgeschiedenis was nieuw voor ons.

IMG_1224

Helaas moest hij het onderwijs vroegtijdig vaarwel zeggen. Ernstige ordeproblemen, hoog opgelopen spanningen en het slaan van een leerling deden hem de das om. Hij liet zich omscholen en kwam uiteindelijk in het bedrijfsleven terecht. In korte tijd werkte hij zich op tot rayonhoofd.

Het bedrijf stond echter aan de vooravond van de zoveelste reorganisatie. De ingrijpendste tot nu toe. Als rayonhoofd, wiens functie werd opgeheven, kwam hij niet vanzelfsprekend in aanmerking voor de nieuw gecreëerde (maar wel vergelijkbare functie) van regiomanager. Hij zou opnieuw moeten solliciteren en een psychologische test moeten ondergaan. Daar paste hij voor.
“Dan gooi ik het op mijn jappenkampverleden”, zei hij. “Dan moeten ze wel iets voor me regelen.” Hij meende geen woord van wat hij zei. Nog een paar jaar en dan ging hij met pensioen.

Op zijn werk en het werk dat zijn medewerkers afleverden was niets af te dingen. Hij was een manager, die met strakke hand het rayon leidde; hij had de wind eronder. Een aantal medewerkers kon niet met hem overweg. Zij voelden zich door hem gedwarsboomd en genegeerd. Een simpel “Goede morgen” bij binnenkomst kon er niet af. Het waren ook altijd dezelfde medewerkers die hij controleerde wanneer hij een ziekmelding niet vertrouwde. Hij noteerde en checkte nummerborden en belde naar huis als hij meende een van hen te zien rijden of lopen in de stad. De bedrijfspsycholoog had wel een verklaring voor zijn bij vlagen tirannieke gedrag. Ze was daar vrij stellig in: “De ontberingen en zijn ervaringen in het jappenkamp hebben hem zo gemaakt. Punt.”

In de oorlog was hij nog een kind. Dat hij in een jappenkamp had gezeten, gescheiden van zijn moeder, wist slechts een enkeling op de zaak. Soms vertelde hij over die tijd, meestal als je het niet verwachtte. Hij bloeide op wanneer je met hem sprak over Indië. Het leek net of je te maken had met een ander mens. Hij ontpopte zich dan als een vriendelijke, warme persoonlijkheid. Toch bleef hij voor velen een gesloten boek, die zich niet kon verzoenen met het verleden.

In een Haagse boekhandel blader ik wat tijdschriften door als plotseling een oude man mij aanstoot. Verschrikt kijkt hij me aan, wijzend naar de kast met boeken over de Tweede Wereldoorlog en de geschiedenis van Nederlands-Indië. Nazi’s en Japanse soldaten staan prominent afgebeeld op omslagen. Dan spreekt hij mij aan:
“Daar word ik zo ziek van meneer. Ik word er niet goed van. Wanneer houdt het toch eens op.” De man lijkt op mijn wiskundeleraar van toen. Ik kijk hem aan, maar weet niets terug te zeggen. Zijn gekwelde gezichtsuitdrukking brengt me van slag. Zou hij het zijn? Als ik eindelijk een gesprek met hem wil aanknopen, maakt hij aanstalten om verder te gaan. Bij de uitgang draait hij zich om. De droefenis lijkt uit zijn ogen verdwenen. Een blik van herkenning. Hij knikt.

Patrick Wouters

#Ikherdenk 15 augustus 1945 – 15 augustus 2015

Proud to be Indo

In de tijd dat Den Haag nog niet de multiculturele samenleving was, die ze ze nu is, wist iedereen wat een Indo was. Den Haag was de ‘kampong van Nederland’ en discriminiatie iets van andere tijden. Pinda, Poepchinees, Pelopper : schelden deed geen zeer. Oudere Indische mensen (die vertrouwde blik van herkenning) zeiden je nog gedag.
Aan de Soestdijksekade op de kruising met de Escamplaan, in de nabijheid van de Fatimakerk en het Monnikendamplein, maakte Frans Donse in 1958 deze foto van de kadewand waarop met witte verf is gekalkt: Indo’s ga weg!

Indo's ga wegEens in de zoveel tijd duikt deze foto op in publicaties en op internet. Als illustratie bij een verhaal waar deze foto juist niet bij hoort. Indisch4ever plaatste ooit een topic over de herkomst van deze foto (en de ontknoping ;-).

Ik kom nog wel eens op de plek waar deze foto is gemaakt. Ik woonde er vlakbij en veel van mijn Indische tantes woonden in die buurt. De flats op de achtergrond, de woonboten: het is er nog allemaal. Wie goed kijkt kan vaag de woorden lezen die er jaren geleden waren opgekalkt. Of verbeeld ik me dat maar?

Tussen pakweg 1957 en 1968 vestigden zich naar schatting 60.000 (!) Indische Nederlanders in Den Haag. Hoewel de stad een jarenlange traditie kende van verlofgangers uit de oost, drukte deze ‘invasie’ een enorme stempel op de stad. Misschien wil iemand Proud to be Indo op de kadewand kalken, want telkens staan er nieuwe generaties op die zich roeren en laten horen. Vooral ook op social media. Ik vind het geweldig. Dankbaar en vervuld van trots.

Het verhaal achter deze legendarische foto lees je hier: http://indisch4ever.nu/2008/02/27/indos-ga-weg3/ en hier:
http://www.iisg.nl/hbm/toonfoto.php?onderdeel=3&search=donse&foto=2

Bron foto: Historisch Beeldarchief Migranten.

ZIe ik je ook op Facebook? Senang producties – Patrick Wouters